• Organisatie:Katholieke Hogeschool Limburg dept.SAW
  • Verzonden op:20-05-1999
  • Verzonden door:Gielen Gerard 011/222763
  • Aantal keren gelezen: 1

Echtscheiding en gevolgen voor kinderen

Echtscheiding en gevolgen voor kinderen

Geachte heer, mevrouw,

Geachte redactie,

Wanneer er studenten binnen ons departement sociaal-agogisch werk van onze hogeschool de Katholieke Hogeschool Limburg een boeiend eindwerk maken, dat een bredere verspreiding zou mogen kennen, wil ik u daarvan graag op de hoogte brengen.

Afgelopen jaar maakte een derdejaarsstudente, Karen Pollaris uit Kortessem van het graduaat orthopedagogie een voortreffelijk eindwerk over de problematiek van 'Echtscheiding en de gevolgen voor kinderen'. Zij enquêteerde 625 leerlingen uit hoofdzakelijk Limburgse secundaire scholen over de problematiek. In bijlage vindt u een samenvatting van het onderzoek.

Op 25 mei om 13u verdedigt zij haar eindwerk voor een jury van externe deskundigen. Nu reeds ben ik overtuigd dat het een werk is dat onderscheiden zal worden.

Indien u over dit onderwerp een bijdrage in uw krant/medium wil leveren, mag u mij steeds contacteren. Gelieve er rekening mee te houden dat voor de studenten na volgende week een examenperiode start, waarin het moeilijker wordt om de studente persoonlijk te bereiken.

Met vriendelijke groeten,

Gielen Gerard

lector Katholieke Hogeschool Limburg Dept. SAW Oude Luikerbaan 79 3500 Hasselt tel.011/288270 fax 011/288279

Coördinaten

Gielen Gerard

Zavelvennestraat 61 3500 Hasselt

tel/fax 011/222763

Gerard.Gielen@advalvas.be

Echtscheiding en de gevolgen voor kinderen ?

Het aantal echtscheidingen neemt per jaar steeds toe. Voor zowel ouders als kinderen zorgt een scheiding voor onaangename gevolgen. De kinderen kunnen hieronder erg lijden. Hun bestaande evenwichten worden doorbroken en er treden heel wat veranderingen op in hun leven.

Omdat ze tijdens haar stage in het Internaat Mariavreugde te Borgloon direct werd geconfronteerd met de problematiek van echtscheiding en de gevolgen voor de kinderen, maakte Karen Pollaris, derdejaarsstudente graduaat orthopedagogie, haar eindwerk over dit thema.

In haar literatuuronderzoek ging ze vooreerst in op de betekenis van echtscheiding en hoe frequent dit voorkomt in onze huidige maatschappij. Ze belichtte de meest voorkomende oorzaken en het crisisaspect van echtscheiding en de talrijke soorten van ouderschap die mogelijk zijn na een scheiding met de bijhorende voor- en nadelen. Ze ging in haar studie vooral in op de problematiek van de kinderen in de echtscheidingssituatie. Hoe verwerken ze een scheiding ? Met welke vragen worden ze geconfronteerd ? Welke invloed heeft verhuizen ? Hoe reageren ze op een nieuwe partner van de ouder ? Welke gevoelens en gedragingen vertonen deze kinderen ? Spelen broers en zussen een rol ? Tenslotte gaf ze een overzicht van de soort hulpverlening en voorzieningen die gebruikt kunnen worden bij deze doelgroep. Ze toetste deze theoretische gegevens bij de kinderen van haar stageplaats het Schoolinternaat Mariavreugde, waar meer dan de helft van de kinderen gescheiden ouders hebben.

De hoofdbrok en het meest boeiende deel van haar studie betreft een schriftelijke enquête die ze afnam bij 625 scholieren secundair onderwijs tussen 12 en 20 jaar uit 8 Limburgse en Antwerpse scholen. Het betrof 15 stellingen die beantwoord konden worden via de multipele-choice methode. De stellingen waren tot stand gekomen via de literatuurstudie omtrent dit onderwerp. De antwoorden werden manueel ingegeven met een database programma en daarna met Excel statistisch bewerkt.

Binnen de onderzochte populatie was 15% van de ouders gescheiden. 81% had gehuwde ouders. De overigen waren ongehuwde moeders of samenwonend. De antwoorden werden afzonderlijk verwerkt voor kinderen met al dan niet gescheiden of samenwonende ouders en met elkaar vergeleken. Hieronder volgt een greep uit de voornaamste resultaten.

Alle jongeren zijn het duidelijk oneens met de bewering dat kinderen uit gescheiden gezinnen benadeeld worden op school. Eveneens zijn ze niet akkoord met het krijgen van meer aandacht op school. Vervolgens keuren ze het sneller uitgestoten worden op school, als je gescheiden ouders hebt, helemaal af.

Een erg opvallend resultaat is het hoge cijfer van akkoord zijn met de redenering dat verhuizen en naar een andere school moeten, het nog moeilijker maakt om de scheiding van de ouders te verwerken. Een andere opmerkelijke conclusie is dat de jongeren het juist vinden dat het beter is voor de kinderen als de ouders trachten een goede relatie met elkaar te behouden in plaats van voortdurend ruzie te maken. In de studie treffen we ook een erg hoog percentage jongeren die beweren dat het zeer nuttig is dat kinderen uit gebroken gezinnen de kans moeten krijgen om met een vertrouwd iemand te kunnen praten over de scheiding.

Dat enige kinderen het moeilijker hebben om de scheiding te verwerken dan broers en zussen en ook dat broers en zussen meer met elkaar praten na de scheiding werd in haar onderzoek bij de meerderheid als juist aanzien. Eveneens met het behouden van contact met beide ouders als het beste na de scheiding gaan de respondenten akkoord. Het verdrietig zijn om de scheiding, wordt als iets vanzelfsprekend beschouwd. De hoop op hereniging wordt als juist gezien.

Over gedragingen en gevoelens blijken heel veel jongeren geen uitgesproken mening te hebben. Met het agressiever zijn , het ongehoorzamer zijn, het hebben van nachtmerries, het gaan bedplassen en het meer gaan liegen na een echtscheiding is slechts een minderheid van 20% akkoord. Daarnaast gaat een kleine meerderheid (gemiddeld 34%) akkoord met het aanhankelijker zijn, het stiller geworden zijn, het depressief zijn, het hebben van huilbuien of woede-aanvallen en het slechter presteren op school. Ook een kleine meerderheid (gemiddeld 40%) van de jongeren gaat akkoord met de angst om verlaten te worden, het schuldgevoel voor de scheiding van de ouders en haatgevoelens. Opvallend is wel dat hier kinderen van gescheiden ouders zelf aangeven deze gevoelens minder te ervaren. Het stereotype beeld van anderen over kinderen van gescheiden ouders klopt dus niet helemaal. Dit bleek ook overduidelijk bij de vraag of kinderen zich schamen naar anderen toe voor hun gescheiden ouders. 19% van de kinderen van niet gescheiden ouders vonden van wel, t.o.v. 12 % van de kinderen met gescheiden ouders. Daar tegenover staat dat 32% van de kinderen met niet gescheiden ouders niet akkoord gaan met het ontwikkelen van schaamtegevoelens bij scheiding t.o.v. 59% van de kinderen met gescheiden ouders. Tegenwoordig worden echtscheidingen meer en meer als normaal beschouwd en de schaamte van kinderen verdwijnt. Haatgevoelens t.o.v. de vertrekkende ouder werden minder aangegeven als voorkomende door kinderen met gescheiden ouders dan niet gescheiden ouders. Dat kinderen hopen dat beide ouders na de scheiding terug samenkomen wordt door kinderen van niet gescheiden ouders als bijna vanzelfsprekend aangegeven. Toch is de meerderheid van de kinderen met gescheiden ouders het daar niet mee eens.

Een op drie jongeren uit gescheiden gezinnen geven aan dat ze de stiefouder gehaat hebben of nog steeds haten. Anderzijds geven ook 35% aan dat ze er helemaal geen problemen mee hebben.

De globale conclusie uit dit onderzoek is dat er heel wat klassieke beelden over echtscheiding uit de literatuur en bij de bevolking bij een bevraging bij de jongeren met gescheiden ouders zelf niet blijken te kloppen. Zo beweren deze jongeren zelf dat de schoolprestaties niet opvallend dalen, dat deze kinderen niet agressiever zijn, dat bedplassen geen gevolg is,... Echtscheiding blijkt uit dit onderzoek dus eigenlijk nogal mee te vallen voor de jongeren. Echtscheiding wordt ook niet meer als uitzonderlijk gezien door de jongeren zelf.

Toch heeft deze studie aangetoond dat desondanks echtscheiding op emotioneel vlak een ingrijpende gebeurtenis kan zijn voor de kinderen. Kinderen van gescheiden ouders gaven overduidelijk aan dat het helpt bij de verwerking als ze erover kunnen praten met een vertrouwelijk iemand.

Gielen Gerard