• Organisatie:CD&V Persberichten
  • Verzonden op:18-06-2008
  • Verzonden door:
  • Aantal keren gelezen: 11

Eénoudergezinnen en armoede

De laatste decennia is het aandeel éénoudergezinnen in de huishoudens toegenomen. In de Europese Unie heeft België, na het Verenigd Koninkrijk, het hoogste percentage éénoudergezinnen (18%). De problematiek van het éénoudergezin is vooral een genderfenomeen: bijna 80% van de éénoudergezinnen wordt gerund door een vrouw.Maar ook . Van de kopgroep is België weggezakt naar de middenmoot van de Europese landen. Het zijn onder meer de éénoudergezinnen die vaker onder de armoederisicogrens vallen dan andere groepen. Voor éénoudergezinnen in België bedroeg het armoederisico in 2006 zelfs 33%. Het stijgend aantal éénoudergezinnen vormen in Vlaanderen een nieuwe kern van generatiearmoede.CD&V benadert armoede vanuit haar christendemocratische visie multidimensioneel en poogt een antwoord te bieden op de verschillende facetten waarmee mensen in armoede onder meer te maken hebben: arbeid en inkomen, wonen, welzijn en gezondheid, rechtsbescherming én participatie en sociale cohesie. Bij elk van deze domeinen onderzoekt CD&V of éénoudergezinnen een extra kwetsbare groep zijn en of specifieke beleidsmaatregelen vereist zijn. Een aantal concrete voorbeelden.

Vrouwen en mannen die aan het hoofd staan van een éénoudergezin zijn over het algemeen minder actief op de arbeidsmarkt. Zij moeten noodgedwongen twee taken combineren: voor het gezinsinkomen zorgen én alle huishoudelijke taken uitvoeren. Een overschakeling naar een voltijdse baan voor een éénoudergezin met kinderen ten laste genereert slechts een beperkt inkomenssurplus. De minimumlonen dienen dan ook omhoog te gaan. Daarnaast is een voldoende aanbod inzake betaalbare en flexibele kinderopvang noodzakelijk om te kunnen participeren aan de arbeidsmarkt, maar ook om te kunnen deelnemen aan het sociale leven.

Eénoudergezinnen behoren tot de meest kwetsbare huishoudtypes inzake betaalbaarheid van de woning. Specifiek voor éénoudergezinnen in armoede, zijn dringend bijkomende maatregelen nodig: het ondersteunen en aanmoedigen van huisvestingsmaatschappijen tot het voeren van een beleid naar éénoudergezinnen, kinderopvang in sociale woonwijken,… Alleenstaande ouders die een echtscheiding achter de rug hebben, zouden een afwijking moeten krijgen op de eigendomsvoorwaarde (geen woning gehad hebben 3 jaar voor de aanvraagdatum) om in aanmerking te komen voor een renovatiepremie.

Bijna 3 op 10 van de alleenstaande ouders (29%) moet medische uitgaven op de lange baan schuiven. Een dure hospitalisatieverzekering is voor deze groep financieel onmogelijk. Voor de CD&V blijft de wettelijke pijler voor gezondheidszorg van de sociale zekerheid de belangrijkste. Deze wettelijke pijler biedt de beste garantie op solidariteit, de private pijlers zijn per definitie ongelijker.

Een goede afstemming tussen het gezinsbeleid en het armoedebeleid moet de lat hoog leggen. Voor CD&V zijn alle gezinnen van tel. Toch moeten de meest kwetsbare gezinnen (onder meer éénoudergezinnen) onze maatstaf zijn. Hun situatie moet bepalen waar wij de lat leggen. De sociale grondrechten moeten hersteld worden. Generatiearmoede moeten we doorbreken door op alle domeinen in te grijpen.Er zijn structurele maatregelen nodig om de complexe uitsluitingsmechanismen weg te werken, om armoede bij de wortel aan te pakken. Dit vraagt van ons allen maatschappelijk engagement en politieke moed. We mogen niet tevreden zijn met een welvaartstaat die 85% van zijn bevolking omarmt. Goed is in deze niet goed genoeg!