Vrije scholen staan voor bijna 300 miljoen euro in het krijt bij het Federaal Waarborgfonds
Tussen 1974 en 1 januari 1989 sloten vele scholen leningen af met een federale staatswaarborg voor de realisatie van nieuwe gebouwen. Bij velen nemen deze leningen een steeds grotere hap van de werkingskosten. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) stelde tegenover minister Vandenbroucke dat veel scholen het water aan de lippen staat. Op dit moment gaat het nog om 1.174 leningen die bij het Federaal Waarborgfonds zijn afgesloten, waarvan 886 leningen voor het vrij gesubsidieerd onderwijs. Voor het vrije net gaat het in totaal om een openstaande schuld van 292.876.895 euro, voor het gesubsidieerd officieel onderwijs om 18.447.739 euro. Volgens de jongste cijfers zou 1 vrije school op de 4 meer dan 25% van zijn werkingsmiddelen besteden aan het afbetalen van leningen voor gebouwen.Bij niet terugbetaling bestaat de mogelijkheid om via een machtiging van de federale minister van Financiën een afhouding te doen op de werkingstoelage van de in gebreke blijvende scholen. Sinds een beslissing van 2000 wordt deze machtiging niet meer verleend.Bij het sluiten van de leningen rekende men sterk op het effect van de inflatie om naar het einde van de leningperiode de terugbetalingen dragelijk te houden. Doordat het aandeel van de kapitaalaflossing stijgt naar het einde van de looptijd, komen vele scholen in de problemen.Al in 2003 en 2004 ging een intergouvernementele werkgroep een oplossing zoeken. Tevens werd in de federale begroting meerdere jaren vijf miljoen euro ingeschreven om in probleemdossiers tussenbeide te kunnen komen. Voorlopig zonder resultaat.Vooral autonome basis- en kleuterscholen die niet kunnen rekenen op de schouder van een secundaire school om te delen in bepaalde kosten of investeringen krijgen het moeilijk. Het percentage aan werkingskosten dat bepaalde scholen moeten besteden aan de aflossing van hun lening bedreigt de middelen die nodig zijn voor didactische noden én het broodnodige eigenaaronderhoud van de ‘nieuwe’ schoolgebouwen (die ondertussen ook al twintig jaar oud zijn) en ook een deel van hun patrimonium moeten onderhouden dat meer dan vijftig jaar oud is. Als een school daarenboven op dit moment minder leerlingen telt dan toen de lening gesloten werd dan wordt het scenario helemaal een nachtmerrie.De minister benadrukte dat hoewel het hier gaat om Vlaamse scholen, de problematiek in eerste instantie een federale materie is en dat een oplossing dan ook daar gezocht dient te worden. Hij zou het dossier opnieuw bij zijn federale collega’s aankaarten.



Printervriendelijke versie
top