• Organisatie:CD&V Persberichten
  • Verzonden op:02-07-2008
  • Verzonden door:
  • Aantal keren gelezen: 19

Meer dan helft van leerkrachten in SO krijgt pas na hun 30ste eerste benoeming

56,5% van de leerkrachten in het secundair onderwijs (SO) krijgt pas na hun 30ste hun eerste benoeming. Dat kreeg Vlaams parlementslid Jos De Meyer op zijn vraag te horen van de bevoegde minister van Onderwijs. “We moeten er alles aan doen om kwalitatief sterke jonge mensen te stimuleren voor een onderwijsjob. Onderwijs blijft één van de belangrijkste sectoren in onze samenleving”, zegt Jos De Meyer.Het arbeidsmarktrapport van het departement Onderwijs voorspelt zowel voor het kleuter, lager als secundair onderwijs een tekort aan leerkrachten tussen 2007 en 2010. Vooral de voortijdige uitstroom van jonge leerkrachten blijft een groot probleem. De werk- en inkomensonzekerheid speelt daarbij een doorslaggevende rol. Jonge leerkrachten moeten lang wachten op hun (voltijdse) vast benoeming, zo blijkt uit gegevens die Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer via minister van Onderwijs Vandenbroucke verzamelde.In het SO valt slechts 43,5% van de eerste benoemingen in de leeftijdsgroep tot en met 29 jaar. 56,5% van de eerste benoemingen gebeurt later: 38,9% van 30-39 jaar, 15,3% van 40-49 jaar en 2,2% van 50-59 jaar. Het merendeel van de leerkrachten in het SO moet dus tot na dertigste wachten op een eerste uurtje absolute werkzekerheid. Zij die hun onderwijscarrière onmiddellijk na hun studies gestart hebben, zijn dan al acht, negen jaar aan de slag.Aanvullend leert het arbeidsmarktrapport dat een tijdelijke leerkracht gemiddeld slechts 70% van een voltijdse betrekking kan presteren: het moeilijk combineren van lessenroosters tussen verschillende scholen is daarvoor vermoedelijk de belangrijkste verklaring. Maar niet voltijds werken betekent ook geen volwaardige wedde.Voor de uitbreiding van de vaste benoeming is de situatie nog extremer: slechts in 25% van de gevallen gaat het om leerkrachten jonger dan 29 jaar, in 45% van de gevallen om personeelsleden tussen 30 en 39 jaar. Van de personeelsleden tussen 40 en 49 jaar krijgt 25% een uitbreiding van de vaste benoeming en bij de personeelsleden tussen 50 en 59 jaar is dit 5%.