Slotrede Colloquium 'Welke justitiehervorming heeft Vlaanderen nodig?'
Als bijlage bij de persmededeling van vandaag volgt hierbij de tekst van de Slotrede door prof. Matthias E. Storme, voorzitter OVV op het
Colloquium 'Welke justitiehervorming heeft Vlaanderen nodig', Vlaams Parlement 16 mei 1998.
Honderd jaar geleden, in 1898, werd de Gelijkheidwet goedgekeurd, de die de gelijkwaardigheid vastlegde tussen de nederlandse en de franse tekst van de wetgeving. Het was de eerste maal sinds het ontstaan van de Belgische Staat dat er altans op papier een gelijke status werd gegeven aan het Nederlands. Het was een van de grote symbolische stappen in de Vlaamse ontvoogding. Het was tevens de allereerste stap in het uiteenvallen van de belgische Staat, aangezien de gelijkheid van het Nederlands door de franstaligen nooit is aanvaard - la Belgique sera latine où elle ne sera pas -.
Het is deze niet-aanvaarding van de gelijkwaardigheid van het Nederlands, of moet ik zeggen de onkunde tot de openheid voor andere talen, openheid waarin de Vlamingen vooralsnog van niemand lessen te leren hebben, die geleid heeft tot de vraag van de franstaligen naar de indeling van de belgische Staat in taalgebieden, dit om Wallonië toe te laten zich in het Frans op te sluiten. Het is dat wat geleid heeft naar de taalwetgeving als bescherming tegen franstalig imperialisme, want 'entre le fort et le faible, c'est la loi qui libère et la liberté qui opprime'. Het is dat wat geleid heeft tot het ontstaan van eigen Vlaamse instellingen, in Brussel of voor het hele Vlaamse land. Het is dat wat de Vlaamse natievorming, die volkomen normaal is, maar daarom nog niet gepredestineerd, onontkoombaar heeft gemaakt.
Honderd jaar na de gelijkheidswet zijn nog steeds niet alle in België geldende wetten van voor 1898 officieel in het Nederlands vertaald; nochtans wordt iedereen geacht de wet te kennen. Pour les Flamands la même chose?
Honderd jaar later is de kwaliteit van het Nederlands in de wetgeving
erbarmelijk. Regelmatig zijn nieuwe wetsbepalingen onbegrijpelijk als men de Franse tekst er niet naast leest. De adviezen van de Raad van State in aangelegenheden die het Departement Justitie aanbelangen zijn sinds de oprichting van de Raad van State gegeven door franstalige Staatsraden. Justitie is tot nog toe nog steeds één van de departementen met het laagste aantal nederlandstalige Ministers.
Honderd jaar later is het overgrote deel van de rechters in Franstalige kamers Nederlandsonkundig, en wordt stelsematig vertaling gevraagd van nederlandse gedingstukken, terwijl het omgekeerde in Vlaanderen zelden gebeurt. In het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad zijn alle Nederlandstalige magistraten minstens tweetalig, terwijl één derde van de magistraten wettelijk en feitelijk Nederlandsonkundig zijn, en van het derde dat wettelijk tweetalig zou moeten zijn een groot aantal niet in het taalexamen zijn geslaagd, maar desondanks zijn benoemd omdat tot aan de komst van Minister Declerck de taalwet gewoon niet werd toegepast. Wanneer we dan eindelijk Ministers krijgen die de bestaande taalwet niet meer wensen te overteden, blijkt dat zij in de plaats daarvan een andere 'oplossing' voorbereiden : de afzwakking van de taalwet.
Honderd jaar later is de Nederlandstalige rechtzoekende benadeeld omdat er in verhouding zowel tot het aantal inwoners als tot het aantal zaken minder plaatsen zijn voor in het Nederlands rechtsprekende magistraten, en is de Nederlandstalige kandidaat-rechter benadeeld omdat hij, gegeven het aantal inwoners, minder kans heeft op een benoeming of bevordering. In de Raad van State en het Hof van Cassatie krijgen wij nederlandstaligen voor ruwweg twee derde van de zaken slechts de helft van de magistraten.
Honderd jaar later staat zelfs de formele gelijkheid van het Nederlands op het spel, en dreigt alles wat we in België hebben veilig gesteld in Europa verloren te gaan doordat Vlaanderen geen rechtstreekse stem heeft in Europa en afhankelijk blijft van een federale administratie om haar belangen te verdedigen. Reeds nu heeft de federale overheid op meerdere vlakken het Nederlands ook officieel tot een tweederangstaal laten degraderen.
Honderd jaar later blijkt dat ook de organisatie van de Justitie, zoals omzeggens alle federale departementen, ondoorzichtig wordt gehouden omdat deze ondoorzichtigheid de benadeling van Vlaanderen dient te verbergen en daarmee de financiële transferten van de Nederlandse naar de Franse Gemeenschap, die de op één na laatste bestaansreden van de belgische Staat vormen.
En toch kom ik hier niet om te klagen.
Als Vlamingen, Zuid-Nederlanders, zijn wij hier samengekomen om ons te bezinnen over de vraag welke Justitiehervorming wij nodig hebben. Wij houden deze bezinning op de plaats waar zij hoort te geschieden in een demokratie : onder de glazen koepel van een Parlement. Terwijl op Belgisch niveau de justitiehervorming wordt voorbereid in de beslotenheid van een konklaaf, met uitgekozen partners, omdat op dat niveau een parlementaire demokratie niet meer mogelijk blijkt, kiezen wij voor de openheid, zonder exklusieven. Wij kijken vooruit, naar een verdergaande justitiehervorming dan de huidige. Niet omdat de hervorming die nu op stapel staat niet nodig is, en evenmin omdat wij a priori zouden menen dat zij de verkeerde kant opgaat. In tegendeel, voor zover wij op de geruchten mogen voortgaan zijn de basiskeuzes die worden gemaakt ook de onze : een taalkundig gesplitste en evenwichtig samengestelde, gedepolitiseerde Hoge Raad, een geïntegreerde lokale politie onder demokratische kontrole. De
uitvoering van deze basiskeuzes vergt echter ook dat eindelijk de lat
gelijk wordt gelegd tussen Vlaanderen en Wallonië. Het kan niet zijn dat de lokale politie in Vlaanderen grotendeels door de gemeenten wordt betaald en in Wallonië grotendeels door de federale staat, d.w.z. met voor het grootste deel Vlaams geld. Het kan evenmin zijn dat Vlaanderen, dat sowieso in verhouding tot zijn bevolking veel meer inkomsten levert aan de federale overheid, nog niet eens een aan zijn bevolking evenredig aandeel van de rechters en van de gelden voor rechtshulp krijgt.
Wij kijken vooruit, omdat wij voor ons land, Vlaanderen, een ander justitiebeleid wensen dan dat van een urgentiekorps van de brandweer. Wij kijken vooruit, omdat wij voor Vlaanderen een ander gerecht willen dan dat van Napoleon, omdat wij een gerecht willen dat op de eerste plaats een openbare dienst is en geen staatsmacht of meer nog staatsbehoudende macht.
Wij kijken vooruit omdat wij willen dat ons recht wordt verrijkt door de openheid voor andere kulturen in plaats van achternahinkend in zijn slaafsheid aan het Franse model. Wij wensen een land en een gerecht om fier op te zijn in plaats van één dat wordt bespot, niet alleen omwille van zijn onbekwaamheid en corruptie, maar ook omwille van zijn achterlijkheid op juridisch gebied. Hoe komt het dat niemand in het Belgische recht is geïnteresseerd, terwijl het Nederlandse in grote delen van de wereld wordt bestudeerd ? Hoe komt het dat onze Vlaamse rechtsfakulteiten op wereldniveau staan, maar er van het Belgische recht geen enkele uitstraling uitgaat ? Hoe komt het dat ongeveer de enige pluim die we internationaal op onze hoed kunnen steken de bestrijding van de anti-persoonsmijnen betreft, resultaat van het pacifisme dat in Vlaanderen sterk staat, maar voor het overige botst op de Waalse onwil om iets te doen tegen de wapenuitvoer.
En durf niet te zeggen dat de Vlaamse Beweging aan antipolitiek doet of onverantwoorde uitspraken doet.
De Vlaamse Beweging is nooit antipolitiek geweest, maar altijd een bij
uitstek politiek projekt, een demokraticsch projekt van een Gemeenschap waarin men thuis kan zijn omdat er een gemeenschappelijke taal, het Nederlands, wordt gesproken. Antipolitiek daarentegen is de houding die de eigen mening promoveert tot weldenkendheid of political correctness, die meningen strafbaar stelt, die het projekt van een natie diaboliseert, die de Belgische Staat liefheeft omdat ze juist geen natie, geen polis is. Wij hebben meer politiek bewustzijn nodig, maar voor political correctness zullen wij noot zwichten. Antipolitiek zijn niet diegenen die de problemen scherpstellen, maar zij die weigeren eraan te verhelpen.
De Vlaamse Beweging heeft haar verantwoordelijkheid genomen voor de politici en de 'weldenkenden' van vandaag dat deden. Het zijn de Vlaamse verenigingen die gevochten hebben voor de depolitisering van het openbaar ambt - mag ik eraan herinneren dat het eerste manifest uitging van het Verbond der Vlaamse Academici -, voor de depolitisering van de magistratuur - mag ik herinneren aan de strijd van de Vlaamse Juristenvereniging. Onverantwoord zijn diegenen die om een overleefde belgische Staatsstruktuur te behouden geweigerd hebben deze problemen ernstig te nemen.
Wij vragen dat ook op het gebied van Justitie de echte problemen worden aangepakt, ook nadat de 'état de grâce' van sommige van onze politici voorbij zal zijn :
- overmatige wetgeving;- feodale inrichting van het gerecht, meer geïnteresseerd in hiërarchie en prerogatieven dan in rechtsbedeling, maar ook sedert decennia verwaarloosd door de politiek;
- de gerechtelijke achterstand, die neerkomt op rechtsweigering door de overheid, en die bv. voor de Raad van State hallucinante proporties heeft aangenomen;
- het gebrek aan een Hooggerechtshof dat rechtsvragen ten gronde aanpakt en zijn beslissingen behoorlijk motiveert;
- gebrek aan mogelijkheden om voldoende op te treden tegen onbekwaamheid en beroepsfouten;
- wetgever en rechter die de hete aardappels naar elkaar toegooien, met als gevolg Überforderung van de rechter, zeker in het Arbitragehof en de Raad van State;
- litigomanie en overdreven beroep op de rechter, omdat andere konfliktbeheersingsmechanismen niet werken en de burger door zijn individualisme steeds meer eist en niet geeft;
- normvervaging in gerechtelijke en andere overheidsdiensten;
- vervolgingsbeleid zonder samenhang en verantwoording;
- archaïsche en weinig zinvolle strafuitvoering;
- gebrekkige mogelijkheden tot tenuitvoerlegging van beslissingen;
- gebrek aan efficiënte corruptiebestrijding;
- inflatie aan allerlei subjektieve rechten waar geen plichten tegenover staan of die de levenswereld politiek koloniseren;
- de 'latijnse' hang naar overdreven kontrole en procedure, die maakt dat er geen efficiënte kontrole geschiedt waar nodig;
- het gebrek aan interesse voor een samenhangende wetgeving, samengebracht in grotere gehelen als wetboeken
- om nog te zwijgen van het ontbreken van enige aanzet tot
ernstige hervormingen in grote delen van het privaatrecht.
Welnu, deze 'echte' problemen van justitie zijn kommunautaire problemen. Zij zijn kommunatutaire problemen zoals omzeggens alle andere echte problemen dat zijn: werkgelegenheid, gezondheidszorg, gezinsbeleid, milieubeleid, verkeersbeleid, enzovoort. Zij zijn kommunautaire problemen, niet omdat zij enkel in Wallonië zouden voorkomen en niet in Vlaanderen - dat gaat U mij niet horen zeggen -, en ook niet omdat we het zelf altijd beter zouden doen, maar omdat de oplossing ervan geblokkeerd wordt doordat het Belgisch kader niet meer werkt en geen fundamentele hervormingen mogelijk maakt, andere dan defederalisering.
Op het 38e Kongres van de Vlaamse Juristenvereniging in april jl. was het slotrapport een pleidooi voor een fundamentele hervorming van ons
publiciteitsstelsel inzake onroerend goed. De Vlaamse overheid
demonstreerde hoever zij reeds stond met het Geografisch Informatiesysteem Vlaanderen (GIS). De noodzakelijke infrastruktuur voor een echte grondboekhouding is aanwezig, maar de bevoegdheden ontbreken. Intussen ploeteren wij voort met een reeks naast elkaar bestaande administraties die nog bijna werken zoals toen ze werden opgericht, in de tijd van Napoleon. De parlementaire geschiedenis leert ons dat de frankofilie van een deel van België een eeuw geleden reeds nuttige hervormingen op dit gebied heeft tegengehouden - en wel met name omdat het onze juristen zou verplichten Duitse en Nederlandse auteurs te gaan lezen in plaats van Franse !
De echte problemen zijn dus wel degelijk kommunautaire problemen. En wij Vlaamse verenigingen zijn de kommunautaire problemen beu. Wij wensen eindelijk eens in een normaal land te leven, een land dat behoorlijk bestuurd wordt, waar er de voldoende kulturele homogeniteit is die nodig is als draagvlak voor de demokratie, waar het voor de demokratie openbaar leven mogelijk is omdat men, letterlijk of figuurlijk, dezelfde taal spreekt. Wij wensen deze problemen te kunnen aanpakken zonder voortdurend te worden gehinderd door de napoleontische rechtskultuur die in België nog steeds overheerst, met alle uitwassen van dien. Mag ik de huidige Minister van Justitie citeren, in beter dagen misschien : 'wij moeten onze Waalse vrienden voor de keuze plaatsen : ofwel doe je mee, ofwel doe je niet meer en dan gaan we alleen', waarna hij vaststelde dat dit een onvermijdelijke evolutie is.
Inderdaad, beste vrienden, de Vlaamse staatsvorming is onvermijdelijk geworden. Zij is dat niet omdat dit al eeuwen in de sterren geschreven stond, zij is dit niet omdat wij biologisch een apart volk vormen, zij is dit omdat de kultuurverschillen zo groot zijn geworden en het respekt voor het Nederlands en zijn taalgebied bij de Franstaligen zo klein is gebleven. Zij is dat niet omdat de Vlamingen over alles hetzelfde denken, maar juist omdat zij een kader willen scheppen waarbinnen zij van mening kunnen verschillen en de demokratie kunnen laten spelen. Zij is dat niet omdat in Vlaanderen alles beter is, maar omdat wij een kader nodig hebben waarin een demokratische besluitvorming mogelijk is, in plaats van een besluitvorming gebaseerd op grote kompromissen tussen machtspartijen gesloten in konklaven.
Het alternatief van het gebruik van de Vlaamse meerderheid in België bestaat niet meer. Het heeft nooit bestaan, omdat er altijd teveel Vlamingen geweest zijn die omwille van de lieve vrede met de Franstaligen hebben meegedaan. En diegene die pleiten voor het gebruik van de Vlaamse meerderheid zijn in grote meerderheid ook diegenen wiens partijen die meerderheid nooit hebben willen gebruiken, ja ze grondwettelijk hebben verkwanseld. Een Vlaamse Minister van Justitie is wel een noodzakelijke voorwaarde geweest om eindelijk eens Justitie te dynamiseren, maar helpt blijkbaar niet om de kommunautaire scheeftrekkingen aan te pakken, ja zelfs niet eens om de taalwet in gerechtszaken in stand te houden. Het argument van de Vlaamse meerderheid is op zijn best uiting van een macchiavellisme dat ik niet deel, omdat ik ook de Walen hun soevereiniteit gun, op zijn slechtst een drogreden om de Vlamingen koest te houden. De lieve vrede wordt maar bewaard wanneer men niet meer verplicht wordt het eens te zijn tegen wil en dank, wanneer elke Gemeenschap zijn eigen weg kan gaan. Het is eerst vanuit de eigen autonomie dat men zinvol gemeenschappelijke zaken kan ondernemen.
Laat U ook niet inpakken door de jongste strategie van verknechting die wordt gebruikt : de kulpabilisering. Waar argumenten ontbreken, komen de verdachtmakingen boven. Laat U niet in de war brengen door beschuldigingen van kollektief egoïsme. Solidariteit is het toverwoord dat echte gemeenschapsvorming moet verhinderen. Géén solidariteit zonder soevereiniteit, replikeerde onlangs terecht Ludo Abicht. En er is nog niemand in geslaagd mij uit te leggen waarom wij aan de franstaligen in België meer solidariteit verschuldigd zouden zijn dan aan de rest van Europa, en waarom alleen wij voor die solidariteit zouden moeten opdraaien. Zijn we die misschien verschuldigd voor de grote eerbied die zij aan de dag hebben gelegd voor onze taal en onze kultuur, of mogen we misschien eerst eens eisen dat er een einde komt aan de huisvredebreuk in Vlaams-Brabant en de achterstelling van het Nederlands te Brussel ?
Vermits er geen andere weg meer is, en wij ons niet meer laten inpakken, starten wij vandaag onze bedrijvigheid voor Vlaamse Justitie. Onze prioriteiten kunnen duidelijk worden gesteld : rechtsbedeling is grotendeels een dienst aan personen en vindt omzeggens steeds in één bepaalde taal plaats. Alle persoonsgebonden bevoegdheden inzake Justitie horen te worden uitgeoefend door de Gemeenschappen. Of de Walen en Franse Brusselaars zich daarbij als één of twee Gemeenschappen voelen, moete ze in eerste instantie zelf uitmaken. Zelfs indien een kommunautaurisering de Franse Gemeenschap zou versterken - en dat valt nog te bezien, aangezien Franstalig Brussel en Wallonië zo langzaam wel tot twee aparte Gemeenschappen zijn uitgegroeid, ook grondwettelijk - dan is het nog altijd de enige oplossing die ervoor zorgt dat Vlaanderen kan worden doorgetrokken in Brussel. In domeinen zoals de rechtsbedeling, waar afzonderlijke unikommunauatire instellingen op één grondgebied kunnen werken, is dit geen probleem. De splitsing van de balie heeft dit aangetoond, en kan model staan voor de nakende splitsing van de Hoven en Rechtbanken te Brussel. Dit laatste vraagstuk staat geheel los van de kwestie van de taalwet in gerechtszaken. In het tweetalig gebied Brussel-19 dienen immers alle openbare diensten waarin er geen waterdichte garantie is dat de Vlamingen niet tegen hun zin met een franstalige dienst worden gekonfronteerd, tweetalig te zijn, dus ook de rechters en het parket.
Persoonsgebonden materies bij uitstek in justitie zijn dan ook de inrichting en benoeming van het magistratenkader (waarom zou niet elke gemeenschap zelf bepalen hoewel rechters ze wil en deze ook betalen ?; elke Gemeenschap moet dan ook zijn eigen Hoge Raad voor Justitie krijgen), de rechtshulp (de Raad van State heeft een totaal ongeloofwaardig smoesje moeten bedenken om te kunnen beweren dat deze niet reeds vandaag een zaak is van de Gemeenschappen), de strafuitvoering (die nauw verbonden is met bevoegdheden inzake welzijn), e.d.m.
De lokale politie anderzijds is een bevoegdheid die duidelijk samen met de gemeentewet moet worden gedefederaliseerd, deze laatste in uitvoering van het Sint-Michielsakkoord, dat door de daarbij betrokken partijen nog steeds met de voeten wordt getreden. In Brussel gaat het best om één lokaal korps voor de negentien gemeenten.
Een andere bevoegdheid die spoedig naar de gewesten moet worden overgeheveld is die betreffende het juridisch en fiskaal statuut van het onroerend goed en de desbtereffende administratie en grodnboekhouding.
Een vrij verregaande defederalisering van justitie is ook met behoud van een Belgisch federaal kader bestaanbaar. Dit blijtk uit de
rechtsvergelijkende uiteenzettingen van vanmorgen. Dit wil niet zeggen dat wij enige reden hebben om dat kader op termijn te behouden, maar enkel dat wie dat wil behouden daarmee nog geen goede smoes heeft om de defederalisering van justitie tegen te houden.
Meer en meer beseft men, in het buitenland wellicht nog meer dan in België, dat de Belgische Staat onvermijdelijk verder zal verwasemen; internationaal is de tendens naar het uiteenvallen van koloniale multikulturele staten nog volop bezig. Eerst daardoor is een nieuwe gemeenschapsvorming mogelijk in dit tijdperk van globalisering. Wij hebben geen enkele reden om dit proces tegen te houden, alleen is waakzaamheid geboden over de wijze waarop het zal gebeuren. Het gaat er niet om zich op te sluiten in een klein staatje - wie dit beweert is intellektueel oneerlijk : nauwelijks één land ter wereld is opener naar het buitenland en er meer mee vervlochten dan Vlaanderen.
Wie de internationale gelijkwaardigheid van het Nederlands - en daarmee ook het recht op een eigen taalgebied, zoals ook andere taalgemeenschappen dat hebben - erkent, is bij ons welkom, ongeacht wat hij thuis spreekt. Wij willen evenmin eeen arm Wallonië aan onze grenzen. Vlaanderen heeft steeds betaald voor Waalse welvaart en is onder bepaalde voorwaarden bereid dat te blijven doen. Enkel dient de samenwerking met Wallonië te gebeuren op basis van vrijwilligheid, waarbij elk land vrij is zichzelf te besturen voor die zaken waarin er niet daadwerkelijk een gemeenschappelijke wil is, behalve daar waar geen van beide Gemeenschappen exclusiviteit kan opeisen, namelijk te Brussel. Wij hebben geen schrik van de franstaligen; indien wij de nodige autonomie krijgen om ons zelf als Vlamingen, als Zuid-Nederlanders te organiseren, kunnen wij de konkurrentie aan - kijk maar naar het sukses van de afzonderlijke Nederlandse balie te Brussel. Tegelijk willen wij het kompas op het Noorden gericht houden, en dus ook op juridisch vlak de samenwerking met Nederland ernstig kunnen uitbouwen.
Tweehonderd jaar na de Boerenkrijg, zoals zovele zaken doodgezwegen omdat 'voor outer en heerd' niet strookt met de political correctness van de weldenkenden,
Honderd jaar na de Gelijkheidswet,
Zingen wij dan ook :Dit is de tijd dat van land tot land, de stormwind waait
Die zucht van eeuwen lijden, die zuiv'ren zal
En 't kaf van 't koren scheiden, dat schrijlings op een wolkenrand
Voor nieuw geloof, de nieuwe eng'len rijden : dit is de tijd !
Dit is de tijd dat van straat tot straat, de boodschap kruipt
Dat tirannen moeten wijken, dat jonge handen nieuwe maten ijken
Dat morgen als de gongslag slaat, de meters zijn
Voor armen en voor rijken : dit is de tijd !
Dit is de tijd dat van huis tot huis, de zekerheid groeit
Dat 't ergste is gelden, de zekerheid dat 't hardste is gestreden
En 't oude spel van 'kat en muis' verleden wordt
Waarover walsen reden : dit is de tijd !
* Het OVV overkoepelt ongeveer 50 niet-partijpolitieke Vlaamse
verenigingen, waarvan een grote meerderheid de motie



Printervriendelijke versie
top