• Organisatie:Herman Van Autgaerden
  • Verzonden op:10-07-1998
  • Verzonden door:David Vits 016/26.70.45
  • Aantal keren gelezen: 290

Meer Vlaanderen in de Vlaamse Rand

1. inleiding

Vlaams-Brabant en de Vlaamse Rand zijn reeds decennia lang een terecht aandachtspunt voor de Vlaamse Beweging. Deze streek is dan ook steeds opnieuw een belangrijk discussiethema geweest tijdens de opeenvolgende staatshervormingen, waaraan onze recente geschiedenis rijk is. De meest recente staatshervorming heeft voor een belangrijke doorbraak gezorgd in de ver-zelfstandiging van Vlaanderen. Zo beschikken de Vlamingen in uitvoering van het St.-Michiels-akkoord vooreerst over een rechtstreeks verkozen Vlaams Parlement, een Parlement dat over ruime - zij het (nog) ruim onvoldoende - bevoegdheden beschikt.

Een tweede belangrijke verwezenlijking van het St.-Michielsakkoord is de splitsing van het laatste unitaire symbool, de provincie Brabant. Deze splitsing maakte een definitief einde aan de communautaire patstelling, het onbeleid en het gebrek aan democratische controle in het oude unitaire Brabant. De nieuwe provincie Vlaams-Brabant werd opgericht op 1 januari 1995 en heeft van in het begin haar nut bewezen door daadkrachtig optreden. Op diverse beleids-terreinen zorgde zij reeds voor een doorbraak in de zorg voor een stukje bedreigd Vlaanderen. Vlaams-Brabant is ook het instrument bij uitstek voor de Vlaamse verankering van de Rand.

Het is mee de verdienste van de Volksunie dat Vlaams-Brabant van meet af aan een belangrijke rol speelde op het vlak van politieke en bestuurlijke vernieuwing en van Vlaamse verankering. Het provinciaal beleid ter versterking van het Vlaams karakter werpt nu reeds vruchten op het terrein endat was nodig. Want, wat was de toestand? Dat het probleem Vlaams-Brabant en het probleem van de faciliteitengemeenten en van de bredere Vlaamse Rand reeds genoegzaam onderzocht en gekend was, zelfs erkend door de Vlaamse overheid. Maar ook dat de wil, de inzet of de macht om het probleem ten gronde aan te pakken ontbraken.

Drie jaar later stelt men tevreden vast dat de nieuwe provincie er met eigen plannen en voor-stellen in grote mate toe bijdraagt dat de zaak opnieuw vooraan staat op de politieke agenda. De hogere overheden staan voortaan onder een sterk voelbare druk om concrete maatregelen te treffen op diverse domeinen. Ook de wil om de Vlaamse zelfstandigheid voluit te laten spelen in Vlaams-Brabant én in de Vlaamse Rand is inmiddels aanwezig. Helaas blijven de Vla-mingen er in de faciliteitengemeenten en zelfs in de brede Vlaamse Rand intussen op achteruit-gaan, ondanks de verankering van de Rand in de ééntalige provincie Vlaams-Brabant.

Er zijn dus andere hefbomen nodig om het Vlaamse karakter van de Rand op institutioneel en beleidsmatig vlak veilig te stellen en te verstevigen. In deze bijdrage volgt een beknopt over-zicht van de initiatieven in het kader van het bestaand beleid in Vlaams-Brabant. Daarna komen de institutionele en beleidsmatige hefbomen aan bod die momenteel nog ontbreken. Tenslotte wordt ingegaan op de relatie tussen Vlaams-Brabant en de hogere overheden. Want alleen een gezamelijk optreden kan leiden tot een geslaagd beleid op het terrein.

2. het provinciale beleid in een notendop

Het eerste deel van deze bijdrage behandelt de krachtlijnen van het provinciaal beleid Vlaams karakter. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen het taalbeleid strictu sensu en het omkaderend beleid op diverse beleidsterreinen.

a) actief taalbeleid

Vanaf haar ontstaan heeft de provincie steeds een hoffelijk, maar offensief en vastberaden taal-beleid gevoerd, waar mogelijk en zinvol in overleg met de Vlaamse regering. Het uitgangspunt is dat taalkennis de hefboom is voor sociale, culturele en economische deelname aan de samen-leving. Taalkennis is trouwens één van de voorwaarden die de VU koppelt aan de toekenning van gemeentelijk stemrecht aan migranten en anderstaligen. Het taalbeleid besteedt ook veel aandacht aan onderwijs, als instrument voor inburgering van de jeugd. Op deze wijze wil de provincie doelbewust investeren in de toekomst.

Waaruit bestaat het provinciaal taalbeleid op het terrein?

Ten eerste is er de zeer strikte en restrictieve toepassing door Vlaams-Brabant van taalwet en faciliteitenregeling. De provincie nam hiermee het voortouw en gaf de aanzet voor de intussen beroemde omzendbrieven vanuit de Vlaamse regering. Verder verspreidt Vlaams-Brabant ook in faciliteitengemeenten enkel Nederlandstalige publicaties. Daarmee gaat zij, gesteund door drie eminente taalwetdeskundigen, in tegen de Vaste Commissie voor Taaltoezicht (VCT). En de permanente werkgroep taalproblematiek binnen de provinciale administratie wordt binnen-kort omgebouwd tot een dienst voor taalombud en -promotie (TOP).

Ten tweede doet de provincie verwoede inspanningen om migranten en anderstaligen aan te moedigen Nederlands te leren. Daartoe voert Vlaams-Brabant een eigen campagne en komt ze ook tussen in promotie gevoerd door taalcentra. Het grote succes van dit alles wijst op de behoefte om het lesaanbod te versterken, vooral voor laaggeschoolden. Een eerste stap in die zin is het inrichten van bijkomende cursussen in de gemeenschapscentra van de 'zes' en in Jezus-Eik (Overijse). Daarnaast zal de Vlaamse Gemeenschap echter nog tientallen miljoenen extra moeten vrijmaken om de historische achterstand in het aanbod op te halen.

Ten derde biedt de provincie bijkomende pedagogische en didactische omkadering van basis-scholen met veel anderstaligen. Recent nog werden hiervoor vijftien bijkomende basisscholen geselecteerd in de brede Vlaamse Rand. Daarnaast werd opdracht gegeven tot uitwerking van een 'inscholingspakket', dat lesgevers moet helpen om anderstaligen door taalverwerving te in-tegreren in de schoolgemeenschap. Maar zoals bij het buitenschools lesaanbod, blijft de nood ook hier groot en moet de Vlaamse Gemeenschap absolute prioriteit gegeven worden aan de verdere uitbouw van het aanbod.

Ten vierde streeft de provincie het objectief na om het de tweetaligheid uit het straatbeeld erug te dringen. Momenteel onderzoekt een team van wetenschappers op welke manier binnen de huidige wetgeving maatregelen mogelijk zijn. Op basis van een verkenning van buitenlandse taalwetten wordt ook nagegaan wat er op het vlak van de eigen taalwetgeving zou moeten veranderen om het Vlaams karakter in het straatbeeld te versterken. Tenslotte worden ook acties uitgewerkt om uitsluitend Nederlands te gebruiken in contacten van bedijven met buurt en klanten te bevorderen. Streekeigen bedrijfscultuur is immers ook een commerciële troefkaart.

b) omkaderend beleid

Het actief taalbeleid van de provincie staat niet op zichzelf, maar kadert in een integrale visie die de meest uiteenlopende beleidsterreinen bestrijkt. Drie van die schragende beleidsterreinen verdienen bijzondere aandacht: cultuur, huisvesting en ruimtelijke ordening.

* doelgericht cultuurbeleid

Ten eerste is er het doelgericht cultuurbeleid, met onder meer bijzondere inspanningen om het Nederlandstalig boek toegankelijker te maken voor het grote publiek. Elk jaar worden scholen en jeugdverenigingen in bibliotheken van de zes faciliteitengemeenten nabij Brussel bijeen-gebracht voor ontmoeting met een bekend jeugdschrijver of -schrijfster. Verder blijft Vlaams-Brabant er bij de Vlaamse regering ook op aandringen dat het nieuw bibliotheekdecreet voor-ziet dat de provincie desnoods in de plaats kan treden van onwillige gemeentebesturen, die in gebreke blijven bij de uitbouw van de plaatselijke openbare bibliotheken (POB). Samen met de Vlaamse overheid werden ook twee verenigingen zonder winstoogmerk opgericht. De eerste staat in voor de publicatie van een huis-aan-huisblad voor de Vlaamse Rand: de Randkrant. De Randkrant is niet bedoeld als Nederlandstalige tegenhanger van het strijdblad 'Carrefour', maar moet allereerst mee het Vlaamse karakter versterken. Daarnaast moet zij ook migranten en anderstaligen warm maken voor hun integratie in Vlaanderen. De Volksunie is de eerste om de redactie erop te wijzen als de krant die doelstellingen onvoldoende bereikt. Zo heeft de redactie haar beleid op vraag van de partij reeds in gunstige zin bijgestuurd.

De vzw De Rand overkoepelt de gemeenschapscentra van Wemmel, Kraainem, Wezembeek-Oppem, Sint-Genesius-Rode, Linkebeek en Jezus-Eik (Overijse). Die culturele centra van wel-eer werden inmiddels omgebouwd tot echte Vlaamse trefcentra voor alle inwoners in de Rand. Het cultureel aanbod werd er versterkt en een ombudsfunctie werd opgezet omdat Vlamingen niet steeds terecht kunnen bij hun gemeenten. Tenslotte vervullen de centra ook de functie van plaatselijke informatiepunten, die de burger wegwijs maken in allerhande initiatieven van de provincie en van de Vlaamse Gemeenschap.

Er gaat ook bijzondere aandacht naar de ontsluiting van cultureel erfgoed in de Vlaamse Rand. Zo steunt de provincie waardevolle activiteiten in het kader van de 'Open Monumenten'-dag en sponsort zij de 'sportieve Gordel', die geleidelijk terug een sterk Vlaams profiel krijgt. Vlaams-Brabant steunt vanuit de frontlinie ook de 'Elfdaagse Vlaanderen-Europa 2002', omdat de Vlaamse feestdag het verdichtingsmoment bij uitstek is voor gemeenschapsbeleving. De provincie kiest daarbij voor kwaliteit en voor een regionale aanpak en wil ook de brug slaan met de jeugd en met andere culturen. Want, elf juli is een Vlaamse feestdag voor iedereen.

Het provinciaal integratiebeleid tenslotte, richt zich vooral tot migranten en anderstaligen die zich langdurig vestig(d)en in de Rand. Naast bijzonder aanbod in het onderwijs, werden ook initiatieven ontwikkeld om hen wegwijs maken in de Vlaamse Gemeenschap. Zo werkte de provincie mee aan de meertalige onthaalbrochure 'Welkom in Vlaanderen'. Deze brochure zal echter niet volstaan om anderstaligen ertoe bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen voor Vlaamse lijsten te laten stemmen. De grote behoefte aan een integraal onthaal- en integratie-beleid zal van alle betrokken overheden bijkomende inspanningen nopen.

* doorgedreven huisvestingsbeleid

Ten tweede heeft de provincie, bij gebrek aan doeltreffende initiatieven van de Vlaamse over-heid, zelf een aantal besluiten genomen om aan de sociale verdringing in de Vlaamse Rand te verhelpen. In de brede Vlaamse Rand noteren wij vandaag huurprijzen die gemiddeld 25 procent hoger zijn dan in de rest van Vlaanderen. Een doorsnee woning wordt gemiddeld één derde meer betaald en de bouwgrondprijzen rijzen steeds verder de pan uit. Vlaanderen stelt dat vast, maar onderneemt te weinig om daar een eind aan te maken. Intussen blijkt Vlabinvest één grote flop en geraken andere lovenswaardige initiatieven allerminst van de grond.

Vlaams-Brabant blijft erop aandringen dat Vlaanderen eindelijk met veel meer geld over de brug zou komen. Vlaams-Brabant wil zijn deel in de Vlaamse huisvestingskoek. Een volgehou-den inspanning van zowat 1 procent van de Vlaamse begroting blijkt nodig om resultaten te ha-len. Naast deze financiële inspanning, moet het Vlaams Parlement nu eindelijk werk maken van het voorstel van woonruimtedecreet, zoals mee ingediend door Etienne Vanvaerenbergh. Dit voorstel houdt maatregelen in die het recht op wonen in eigen streek verzekeren, o.m. door invoering van een aantal voorrangsregels.

Voor vele gemeenten, niet alleen faciliteitengemeenten, zijn deze inspanningen en de goed-keuring van het decreet broodnodig. Niet alleen omdat Vlamingen dan opnieuw betaalbaar kunnen wonen in de Vlaamse Rand, maar ook om Vlaamse meerderheden in gemeentehuizen te behouden of terug te winnen. Vlaanderen moet eindelijk gaan beseffen dat een grootschalige actie rond wonen in de Vlaamse Rand levensnoodzakelijk is en dat daarbij absolute voorrang moet gaan naar huurders en eigenaars met een voldoende sociale, economische en culturele band. Ook hier heeft de provincie met haar eigen besluiten de weg getoond!

* evenwichtig ruimtebeleid

Ten derde is er het algemeen beleid inzake ruimtelijke ordening. Het eigen karakter van de Vlaamse Rand maakt een specifieke ontwikkeling ervan nodig, los van Brussel. Immers, de streek maakt integraal deel uit van Vlaanderen en, behoudens een beperkte faciliteitenregeling, is het Nederlands er de enige bestuurstaal. De Vlaamse Rand heeft ook een eigen ontstaans-geschiedenis en een eigen historische ontwikkeling. En tenslotte is een bloeiend verenigings-leven in heel wat Vlaamse kernen, dat fundamenteel verschillend is van het culturele leven in het 'stadsgewest' Brussel.

Planologen en stadskundigen zijn te sterk gericht op Brussel en houden onvoldoende rekening met de sociale, culturele en politieke betekenis van de ruimtelijke inrichting. Zij moeten uit-drukkelijker met de eigenheid van de streek rekening houden. Het is slechts mee op aandringen van de Volksunie dat in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) een eigen kijk werd ingeschreven op de ruimtelijke inrichting van Vlaams-Brabant. Toch is over de definitieve afbakening van het Vlaams Stedelijk Gebied (VSG) en de uitwerking van het voorstedelijk vervoersnet (VVN) het laatste woord nog niet gezegd.

Het structuurplan van Vlaams-Brabant zet alvast wel een flinke stap in de goede richting. Met als uitgangspunt 'de Vlaamse Rand : Vlaams, groen en leefbaar' remt ze de verdere uitdijning van verstedelijking en versterkt ze de 'groene Gordel'. Alleen zo kan vermeden worden dat Vlaams-Brabant feitelijk bij Brussel wordt ingelijfd en kan een dam opgeworpen worden tegen verdere verfransing. Vanuit dat oogpunt ook, vraagt de Volksunie een minimale invulling van het Vlaams Stedelijk Gebied en een voorstedelijk vervoersnet op maat van de Vlaamse Rand.

3. institutionele en beleidsmatige hefbomen

Uit wat vooraf gaat blijkt dat vooral de provincie Vlaams-Brabant reeds heel wat inspanningen doet om het Vlaams karakter te versterken. Om daarin te slagen moeten een aantal institutionele en beleidsmatige hefbomen echter dringend in Vlaamse handen komen.

a) afschaffing faciliteiten

De Volksunie pleit onomwonden voor de afschaffing van taalfaciliteiten in Vlaams-Brabant en in de rest van Vlaanderen. Faciliteiten zijn niet alleen een ontoelaatbare inbreuk op het beginsel van de onaantastbaarheid van het territorium. Zij hebben in Vlaanderen nooit tot de beoogde integratie geleid van anderstaligen. In de aanloop naar de volledige afschaffing van de faciliteiten moeten alle overheden - federaal, Vlaams, provinciaal en gemeentelijk - de huidige taal-regeling zeer strikt en restrictief toepassen. Zo moeten ook de omzendbrieven van de Vlaamse ministers Peeters en Martens onverkort toegepast worden.

b) uitdoving faciliteitenonderwijs

De Volksunie pleit ook onomwonden voor uitdoving van het Franstalig faciteitenonderwijs in Vlaamse gemeenten. Jaarlijks investeert Vlaanderen bijna een kwart miljard in de uitbouw en instandhouding van Franstalig basisonderwijs in de faciliteitengemeenten. Ook hier is men veraf van de initiële doelstelling, nl. inburgering van anderstalige jeugd in de Vlaamse Gemeenschap. Integendeel, het Franstalig onderwijs in faciliteitenonderwijs is veeleer een hindernis voor inte-gratie en belemmert bovendien de sociale, culturele en economische ontwikkeling van het kind. Dit stelsel is dan ook niet langer houdbaar en moet op korte termijn uitgedoofd worden.

Het enige middel om te slagen in de beoogde integratie bestaat erin om de middelen die momenteel voor Franstalig aangewend worden te besteden aan het Nederlandstalig onderwijs in de Vlaamse Rand. Dit moet ervoor zorgen dat de opvang van de zowat 3.300 anderstalige kinderen die nu in het Franstalige onderwijs zitten optimaal kan verlopen. Bovendien legt dit de basis voor een doorstroming naar het Nederlandstalig middelbaar onderwijs. En het biedt ten-slotte ook kansen voor een vlotte(re) deelname aan het Vlaams jeugdwerk, aan het Vlaamse sportgebeuren en aan het Vlaamse socio-cultureel leven in het algemeen.

c) splitsing Brussel-Halle-Vilvoorde

Een ander belangrijk instrument dat nodig is om de vervreemding in de Vlaamse Rand te stop-pen is de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde. Op die manier worden Franstalige politiekers in de Vlaamse Rand afgesneden van hun electorale voedingsbodem in Franstalig Brussel en omgekeerd. Hun beider appetijt zal op die wijze ongetwijfeld sterk ver-minderd worden. De splitsing van het kiesarrondissement zal Brussel bij de verkiezing van Europees Parlement en Senaat ook van Wallonië 'bevrijden'. Tenslotte moet ook het gerechtelijk arrondissement Brussel gesplitst worden tijdens de lopende hervorming van het gerecht.

d) naar een Vlaamse gemeentewet ...

De in het Sint-Michielsakkoord overeengekomen defederalisering van de organieke wetgeving over gemeenten en provincies is evenzeer een stap die nodig is om het tij te keren in de Rand. Slechts als Vlaanderen, en Vlaanderen alleen, bevoegd wordt voor haar plaatselijk beleid en de bijhorende kieswetten, kan het zelf gestalte geven aan een degelijk onthaal- en integratiebeleid. De Vlaamse overheid zal dan ook zelf kunnen bepalen aan aan welke voorwaarden kiezers, kandidaten en verkozenen op de diverse niveau's moeten voldoen. Tenslotte kan dan ook de afgesproken defederalisering van de plaatselijke politie gerealiseerd worden.

e) meer Vlaanderen

De arrogantie van Franstalige machtsheren in de Vlaamse Rand ergert velen die er wonen. De voorbeelden liggen voor het rapen: 'Carrefour', de onwil met betrekking tot de taalfaciliteiten, enz. Vooral de dagdaaglijkse 'kleine' pesterijen, waarvan de gewone Vlaming slachtoffer is, vormen een doorn in het oog. Ook de grote toegeeflijkheid van GB, Ikea en andere Delhaizes kan niet door de beugel. Reacties tegen het tweetalige straatbeeld brengen echter weinig zoden aan de dijk. Wat wel helpt, zijn concrete plannen: acties in plaats van studies, resultaten in plaats van verzuchtingen, ... Of in politieke termen: 'van taalstrijd naar taalbeleid !'

De uitwerking van 'meer Vlaanderen' is het aangewezen middel om 'de zes' in Vlaamse handen te houden. De voorgaande maatregelen hebben dan ook als doel de volledige inbedding van de Vlaamse Rand in een onafhankelijk Vlaanderen. Want hoe dramatisch de toestand ook lijkt, één en ander moet in het juiste perspectief gezien worden. In de zes faciliteitengemeenten nabij Brussel leven ongeveer 70.000 inwoners, een aantal dat door plaatsgebrek niet meer zal toenemen. Vlaams-Brabant telt ruim één miljoen inwoners, waarvan naar schatting 150.000 anderstaligen. Zeer veel, maar tegelijk ook een erg kleine minderheid in Vlaanderen.

Bovendien worden de gemeenten uitsluitend in het Nederlands bestuurd en zijn ze volledig onderworpen aan de Vlaamse decreet- en regelgeving, met inbegrip van de taalomzendbrieven. Ook de Franstalige meerderheden in 'de zes' zijn verplicht deze decreten en regelen toe te pas-sen en zijn onderworpen aan het toezicht van de provincie en de Vlaamse overheid. Deze kun-nen zonodig sanctionerend optreden en zo onwillige besturen dwingen zich te schikken. Door eensgezinde vastberadenheid aan Vlaamse kant, kan bij de Franstalige politiekers de laatste hoop op aanhechting bij Brussel definitief worden ontnomen.

4. Vlaams-Brabant vraagt erkenning

Tot besluit, blijft Vlaams-Brabant ook eisende partij om door alle overheden en parastatalen als een volwaardige provincie behandeld te worden. Ten opzichte van andere Vlaamse provincies bestaat er op diverse domeinen inderdaad een ernstige handicap, die slechts gedeeltelijk his-torisch verklaard worden. De Volksunie moet zich krachtdadig verzetten tegen de ongewenste tendens om Vlaamse en federale diensten die zich richten tot Vlaams-Brabant te centraliseren in Brussel. Ook dat moet bijdragen tot de vrijwaring en de versteviging van het Vlaams karakter van de provincie.

Ook wij hebben recht op dienstverlening vanuit onze eigen provincie. Ook wij hebben recht op een eigen provinciale eenheid van de federale politie, op een eigen 100-centrale, op eigen con-actpunten met sociale zekerheid en belastingen, op een eigen postsorteercentrum, op eigen be-drijven voor de distributie van water, gas, elektriciteit en kabel, op een eigen streeknieuws op de Vlaamse radio en ga zo maar door. Ik wil hier onmiddellijk aan toevoegen dat deze diensten niet noodzakelijk in Leuven gehuisvest moeten worden! Integendeel, Vlaams-Brabant heeft geen behoefte aan een nieuw centralisme.

Alleen als het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering ook effectief werk maken van de tientallen voorstellen die ter tafel liggen en daarvoor ook de nodige financiële armslag voorzien zal de toekomst van de Vlaamse Rand er inderdaad terug rooskleurig uitzien.

Leuven, 11 juli 1998

Herman Van Autgaerden

gedeputeerde Vlaams-Brabant

David Vits

bestuursecretaris

prov. Vlaams-Brabant

Reacties

Reageer op deze persmededeling
VLAANDEREN IN DE RAND
jaak troch op 14-07-06 :
ALS IK DIT LEES KRIJG IK TRANEN IN MIJN OGEN IK BEN NAMELIJK VAN ANTWERPEN EN HIER IN DE GROOTSTE STAD VAN VLAANDEREN KAN IK MET MIJN VLAAMS NIET MEER OVERAL TERECHT WANT ALS IK VAN DE GROENPLAATS NAAR DE GROTE MARKT GA DOOR DE BLOMSTRAAT WORDT IK ALTIJ [...]